Afgeplat hoofdje bij een baby: wanneer laat je het beoordelen?
Een baby met een afgeplat hoofdje is iets wat veel ouders vroeg of laat opmerken. Misschien zie je dat het achterhoofd aan één kant wat platter is, of valt op dat je baby het hoofdje bijna altijd naar dezelfde kant draait. Soms is er ook sprake van een voorkeurshouding, waarbij je baby het hoofdje moeilijk naar de andere kant draait.
Een afgeplat hoofdje bij een baby kan onschuldig en tijdelijk zijn, maar het is wel belangrijk om de ontwikkeling van de schedel en de motoriek goed op te volgen. Zeker wanneer de asymmetrie duidelijk is, toeneemt of samengaat met een voorkeurshouding, kan het zinvol zijn om je baby te laten beoordelen door een zorgprofessional.
Bij Praktijk 187 kijken we bij baby’s niet alleen naar het hoofdje zelf, maar naar het volledige bewegingspatroon en de ontwikkeling van je kind. Osteopathie bij baby’s en kinderen kan daarbij deel uitmaken van een bredere, multidisciplinaire aanpak.
Wat is een afgeplat hoofdje bij een baby?
De schedel van een baby is in de eerste levensmaanden nog relatief zacht en vervormbaar. Dat is normaal en noodzakelijk voor de groei van de hersenen. Wanneer een baby langdurig met het hoofd in dezelfde positie ligt, kan er meer druk ontstaan op een bepaald deel van de schedel.
Hierdoor kan een positionele plagiocefalie ontstaan. Daarbij wordt meestal een afplatting aan één zijde van het achterhoofd gezien. Soms kan ook sprake zijn van brachycefalie, waarbij het achterhoofd meer centraal en over een groter oppervlak afgeplat is.
Een afgeplat hoofdje ontstaat vaak in combinatie met een voorkeurshouding. Je baby kijkt bijvoorbeeld steeds naar rechts en heeft minder interesse om naar links te draaien. Daardoor komt telkens dezelfde zijde van het achterhoofd onder druk te liggen.
Het is belangrijk om hierbij te benadrukken dat een positioneel afgeplat hoofdje iets anders is dan een vroegtijdig gesloten schedelnaad, ook wel craniosynostose genoemd. Bij twijfel over de vorm van de schedel is een medische beoordeling daarom belangrijk.
Waarom is een voorkeurshouding belangrijk?
Een voorkeurshouding kan ervoor zorgen dat een baby steeds dezelfde bewegingsstrategie gebruikt. Het hoofd wordt bijvoorbeeld consequent naar één kant gedraaid of gekanteld. Wanneer dit patroon langere tijd blijft bestaan, kan dit niet alleen invloed hebben op de vorm van de schedel, maar ook op de ontwikkeling van de symmetrie en motoriek.
Let bijvoorbeeld op:
- Je baby kijkt bijna altijd naar dezelfde kant.
- Je baby draait het hoofdje moeilijk naar de andere zijde.
- Het hoofdje ligt tijdens het slapen of rusten steeds in dezelfde positie.
- Je merkt dat één oortje meer naar voren lijkt te staan.
- Het achterhoofd is aan één zijde duidelijk platter.
- Je baby gebruikt één zijde van het lichaam duidelijk meer dan de andere.
- Je baby heeft moeite om het hoofdje in buikligging goed op te tillen.
- De asymmetrie lijkt geleidelijk toe te nemen.
Een voorkeurshouding betekent niet automatisch dat er een ernstig probleem is. Het is wel een reden om de ontwikkeling op te volgen en, indien nodig, tijdig advies te vragen.
Wanneer laat je een afgeplat hoofdje beoordelen?
Een lichte asymmetrie bij een jonge baby hoeft niet meteen reden tot ongerustheid te zijn. Toch is het verstandig om een professional te raadplegen wanneer je als ouder merkt dat de asymmetrie duidelijk zichtbaar is of niet lijkt te verbeteren.
Laat je baby zeker beoordelen wanneer:
- de voorkeurshouding duidelijk aanwezig blijft;
- je baby het hoofdje moeilijk naar één kant kan draaien;
- de asymmetrie snel erger lijkt te worden;
- je baby moeite heeft met bewegen of in buikligging;
- er een opvallende asymmetrie van het gezicht of de schedel ontstaat;
- je twijfelt of de schedelvorm normaal ontwikkelt;
- je baby ook andere motorische bijzonderheden vertoont.
Hoe vroeger een voorkeurshouding of asymmetrisch bewegingspatroon wordt opgemerkt, hoe sneller je gericht kunt bijsturen. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar de vorm van het hoofd te kijken, maar ook naar de manier waarop je baby beweegt en zich positioneert.
Wat kan osteopathie betekenen bij een afgeplat hoofdje?
Bij een osteopathische beoordeling van een baby wordt gekeken naar het kind als geheel. Niet alleen de schedelvorm is van belang, maar ook de beweeglijkheid van het hoofd en de nek, de romp, de houding en de manier waarop je baby beweegt.
De osteopaat brengt onder andere in kaart of je baby gemakkelijk naar beide kanten kan kijken en of er sprake is van een duidelijke voorkeurshouding of asymmetrisch bewegingspatroon.
Een observationele retrospectieve cohortstudie van Panza en collega’s onderzocht de resultaten van osteopathische behandeling bij 424 baby’s met positionele plagiocefalie. De onderzoekers rapporteerden een verbetering van de schedelasymmetrie na osteopathische behandeling. Omdat het om een retrospectieve observationele studie zonder controlegroep gaat, kunnen de resultaten echter niet aantonen dat osteopathie op zichzelf de oorzaak is van de verbetering. De studie levert wel interessante aanwijzingen op voor de mogelijke plaats van osteopathische zorg binnen de begeleiding van baby’s met positionele plagiocefalie.
Bij Praktijk 187 bekijken we daarom steeds individueel wat jouw baby nodig heeft. Osteopathie kan daarbij een onderdeel zijn van een bredere begeleiding, waarbij ook de ouders praktische handvatten krijgen om thuis de symmetrie en bewegingsvrijheid te stimuleren.
Samenwerking met een kinderkinesitherapeut is belangrijk als:
Bij een duidelijke voorkeurshouding of asymmetrische motorische ontwikkeling kan samenwerking met een kinderkinesitherapeut waardevol zijn.
Kinderkinesitherapie richt zich onder andere op het stimuleren van actieve beweging, motorische ontwikkeling, houding en symmetrie. De therapeut kan ouders begeleiden bij oefeningen en spelvormen die aansluiten bij de leeftijd en ontwikkeling van hun baby.
Een overzichtsartikel van Wilczyński en collega’s beschrijft fysiotherapie als een gerichte vorm van fysieke activiteit bij kinderen met idiopathische lichaamsasymmetrie. De auteurs benadrukken het belang van doelgerichte therapeutische interventies om asymmetrische bewegingspatronen te beïnvloeden en de motorische ontwikkeling te ondersteunen.
In de praktijk kan een combinatie van verschillende disciplines daarom een meerwaarde hebben. De osteopaat kan bijvoorbeeld kijken naar bewegingsbeperkingen en het algemene bewegingspatroon, terwijl de kinderkinesitherapeut zich richt op actieve motorische stimulatie en het aanleren van symmetrische bewegingsstrategieën.
Het doel is niet om één behandeling als dé oplossing te zien, maar om samen te kijken welke ondersteuning voor jouw baby het meest geschikt is.
Wat kun je zelf doen bij een afgeplat hoofdje?
Als ouder kun je thuis heel wat doen om je baby uit te nodigen om het hoofdje en lichaam op een meer symmetrische manier te gebruiken. Kleine veranderingen in de dagelijkse routine kunnen daarbij helpen.
- Stimuleer tummy time
Tummy time, of spelen in buikligging terwijl je baby wakker is, is belangrijk voor de motorische ontwikkeling. Je baby leert hierdoor het hoofdje op te tillen en de nek-, schouder- en rompspieren te gebruiken.
Begin met korte momenten en bouw rustig op volgens wat je baby aankan. Je kunt je baby bijvoorbeeld op je borst leggen terwijl je zelf achteroverleunt. Ook op een speelmat kan buikligging worden aangeboden.
Maak tummy time leuk door:
- zelf voor je baby te gaan liggen;
- een speeltje of je gezicht aan de minder favoriete zijde te plaatsen;
- rustig tegen je baby te praten;
- regelmatig van positie en omgeving te wisselen.
Belangrijk: buikligging is bedoeld wanneer je baby wakker is en onder toezicht staat. Voor het slapen blijft rugligging de aanbevolen slaaphouding.
- Wissel de positie in bed af
Hoewel je baby altijd op de rug wordt gelegd om te slapen, kun je tijdens wakkere momenten variatie in houding stimuleren.
Je kunt bijvoorbeeld de oriëntatie in de wieg of het bedje aanpassen, zodat je baby wordt uitgenodigd om naar verschillende kanten te kijken. Baby’s richten zich vaak vanzelf naar licht, geluid of de aanwezigheid van hun ouders.
Let er wel op dat je geen losse voorwerpen of kussens in het bedje legt om het hoofdje te positioneren.
- Draag je baby op verschillende manieren
Dragen kan een mooie manier zijn om de druk op het achterhoofd te verminderen en tegelijkertijd beweging te stimuleren.
Wissel, wanneer je baby dit prettig en veilig vindt, af tussen verschillende draaghoudingen. Denk bijvoorbeeld aan:
- dragen tegen je borst;
- dragen op de arm waarbij je baby naar de omgeving kan kijken;
- afwisselen van de linker- en rechterarm;
- dragen in een ergonomische draagzak of draagdoek die geschikt is voor de leeftijd en ontwikkeling van je baby.
Probeer te voorkomen dat je baby gedurende lange periodes steeds in exact dezelfde houding zit of ligt. Variatie is hierbij belangrijk.
Bij het gebruik van een draagdoek of draagzak is een goede ergonomische en veilige positionering essentieel. Het gezicht van je baby moet altijd vrij zijn en de luchtweg mag niet worden belemmerd.
- Stimuleer de minder favoriete zijde
Als je baby duidelijk naar één kant kijkt, kun je proberen de interessante prikkels aan de andere kant aan te bieden.
Ga bijvoorbeeld zelf aan de minder favoriete zijde zitten of plaats speelgoed daar waar je baby wordt uitgenodigd om naar de andere kant te kijken.
Doe dit op een speelse manier en zonder het hoofdje geforceerd te draaien. Het doel is om je baby zelf actief te laten bewegen.
- Wissel houdingen af tijdens de dag
Denk naast rugligging en tummy time ook aan andere veilige houdingen tijdens wakkere momenten. Je kunt je baby bijvoorbeeld op de arm dragen, tegen je aan laten rusten of samen spelen in verschillende posities.
Hoe meer variatie in houding en beweging, hoe meer mogelijkheden je baby krijgt om verschillende spieren en bewegingspatronen te ontdekken.
Wanneer moet je zeker medisch advies vragen?
Een afgeplat hoofdje is meestal positioneel van aard, maar niet elke asymmetrie heeft dezelfde oorzaak. Wanneer de schedelvorm opvallend is, wanneer je twijfelt over de ontwikkeling of wanneer je baby het hoofdje nauwelijks naar één kant kan bewegen, is het verstandig om dit te laten beoordelen.
Een arts, consultatiebureau of andere gekwalificeerde zorgprofessional kan beoordelen of verder onderzoek nodig is. Bij twijfel over de vorm van de schedel moet ook een mogelijke craniosynostose worden uitgesloten.
Osteopathie kan vervolgens, wanneer passend, deel uitmaken van de verdere begeleiding. Bij een duidelijke motorische asymmetrie kan samenwerking met een kinderkinesitherapeut aangewezen zijn.
Een afgeplat hoofdje vraagt om een brede blik
Een afgeplat hoofdje staat zelden volledig op zichzelf. De vorm van de schedel, de voorkeurshouding, de bewegingsvrijheid van de nek en de algemene motorische ontwikkeling kunnen met elkaar samenhangen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar hoe het hoofdje eruitziet, maar ook naar hoe je baby beweegt.
Bij Praktijk 187 vinden we het belangrijk om baby’s en kinderen vanuit een brede blik te bekijken. We onderzoeken het bewegingspatroon en de lichamelijke ontwikkeling en bekijken samen met de ouders welke begeleiding passend kan zijn. Wanneer nodig werken we samen met andere zorgverleners, zoals een kinderkinesitherapeut.
Twijfel je over de vorm van het hoofdje van je baby of merk je een duidelijke voorkeurshouding? Dan kan het zinvol zijn om niet af te wachten, maar tijdig advies te vragen.
Wetenschappelijke referenties
Panza R, Piarulli F, Rizzo V, Schettini F, Baldassarre ME, Di Lorenzo A, Tafuri S, Laforgia N. Positional plagiocephaly: results of the osteopathic treatment of 424 infants. An observational retrospective cohort study. Ital J Pediatr. 2024;50(1):166. doi:10.1186/s13052-024-01729-3.
Wilczyński J, Sowińska A, Mierzwa-Molenda M. Physiotherapy as a Specific and Purposeful Form of Physical Activity in Children with Idiopathic Body Asymmetry. Int J Environ Res Public Health. 2022;19(22):15008. doi:10.3390/ijerph192215008.
Praktijken voor kinderkinesitherapie in Sint-Niklaas
